Nadat bekend was hoeveel jongens zich hadden ingeschreven, werd bepaald hoeveel
dienstplichtigen elke provincie moest leveren, gemiddels één op de drie jongens moest daadwerkelijk zijn dienstplicht vervullen.
De jaarlijkse loting was een sociaal evenement van de eerste orde. Naast directe belanghebbenden waren veelal familie en vrienden aanwezig om te zien wie een 'niet' of een 'prijs' zou loten, met andere woorden: wie wel en wie niet voorzijn nummer zou moeten opkomen. Vaak werd de loting gehouden in een andere dan de eigen woonplaats. Dit resulteerde veelal in kroegentochten, met alle gevolgen vandien. Loting stond ongeveer gelijk aan openbare dronkenschap en relschopperij.
Zo was ook Cornelis Vliet Vlieland verplicht zich te melden voor de Krijgsdienst.
Gelukkig werd hij uitgeloot en mocht hij als oudste zoon de kost blijven verdienen voor zijn moeder, de weduwe Vliet Vlieland-Heemskerk en haar vaderloze gezin.